Marith Iedema

Een toetje met antibiotica

Collega B. zit met de handen in het haar: letterlijk en figuurlijk. ‘Wat scheelt eraan?’ wil ik weten. Omdat ik ‘over seks schrijf’ besluit hij zijn probleem aan mij op te biechten. Het zit zo: B. is vreemdgegaan. ‘Ah oké,’ zeg ik. ‘En, ga je vertellen wat je hebt gedaan?’ Hij houdt zijn hand in de lucht – een teken dat hij nog niet is uitgepraat. B. kreunt even, voordat hij verder vertelt. ‘Ik heb geen condoom gebruikt en net de uitslag van mijn soa-test gekregen: Chlamydia.’ Ai. Ik vertrek mijn gezicht.

Het mínste dat je kan doen, als je je geliefde belazert, is een rubbertje gebruiken. Maar goed, been there, done that. In het heetst van de strijd willen onze prioriteiten (jammer genoeg) nog weleens verschuiven. ‘Wat moet ik doen?’ Hij kijkt me aan alsof hij een schipbreukeling is, en ik de laatste reddingsboot. ‘Tja.’ Ik haal mijn schouders op. Ik wilde dat ik een droomoplossing had. Maar die bestaat simpelweg niet. ‘Het haar vertellen. Er zit niks anders op.’ In zijn ogen verschijnt nu paniek. ‘Nee, dat kán niet. Dan maakt ze het uit.’ Ik leg uit wat hij al weet: dat vrouwen onvruchtbaar kunnen worden van Chlamydia. ‘Niet vertellen dat je haar geïnfecteerd hebt is misdadig,’ zeg ik streng.

Toetje

Aan B.’s hoofd te zien heeft hij spijt van zijn openhartigheid. Mensen gaan er vaak van uit dat ik – een vrouw die monogamie onrealistisch noemt – vreemdgaan en alles dat daarbij komt kijken prima vind. Niets is minder waar. ‘En, hmmm…’ begint B. ‘Nee, dat kan ik ook niet maken.’ Wat? – wil ik weten. Collega B. vertelt over zijn vriend die in dezelfde situatie was beland als hij nu. ‘Hij roerde antibiotica door het toetje van zijn geliefde.’ B. kijkt me hoopvol aan. Het is duidelijk dat hij mijn zegen wil. Ik ken de verhalen van mensen die hun partners stiekem medicatie toedienden, nadat ze een scheve schaats reden.

Moreel onjuist; dat staat als een paal boven water. Maar goed. Dat is je partner bedriegen óók. ‘Doe dat nou niet,’ zeg ik. ‘Als ik je vriendin was zou ik je een slippertje vergeven, en zelfs die soa.’ Ja, dat ben jíj, moppert B. – die duidelijk geen heil ziet in ‘het opbiechtplan’. Ik negeer hem. ‘Maar antibiotica door haar dessert roeren, in een poging je bedrog te verhullen, dat is écht andere koek.’ B. laat dat even op zich inwerken en zegt dan zuchtend: ‘Ja, oké. Als ze erachter komt heb ik een gigantisch probleem. Maar als ik het door haar shake doe, ’s morgens vroeg, gebeurt dat niet.’ Ik knik. Vast niet. ‘Wat als ze het laatste restje laat staan, en je nooit zeker weet of de medicatie is aangeslagen? Kan je daarmee leven?’ Ik zie hem met zichzelf worstelen. Dan begint hij zachtjes te kermen. ‘Nee, nee, nee. Natuurlijk niet.’

Laatst herzien op

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *