HPV

Het Humaan Papillomavirus (HPV) komt veel voor. Het is eigenlijk een Soa, het virus wordt namelijk seksueel overgedragen. Vrijwel iedereen raakt ooit besmet met HPV. Het lichaam weet het virus vaak zelf op te ruimen. Wanneer dit niet gebeurt, dan leidt HPV mogelijk tot genitale wratten of zelfs vormen van kanker, zoals baarmoederhalskanker bij vrouwen. Daarom worden kinderen vanaf tien jaar ingeënt tegen HPV en wordt er vanuit de overheid getest (bevolkingsonderzoek).

Wat is HPV?

HPV is een virus dat heel veel voorkomt. Het virus wordt seksueel overgedragen. HPV is een afkorting voor het humaan papillomavirus. Er zijn meer dan 200 soorten HPV, waarvan sommigen kunnen leiden tot genitale wratten of bepaalde vormen van kanker. Bijvoorbeeld baarmoederhalskanker. Het virus is zeer besmettelijk en wordt dus overgedragen door seksueel contact. Zelfs wanneer een condoom wordt gebruikt tijdens het vrijen. Het risico is dan wel lager.

Ongeveer 80 tot 90 procent van de bevolking krijgt ooit een HPV-infectie. Een HPV-infectie is moeilijk te herkennen, omdat klachten meestal uitblijven en het afweersysteem het virus vaak binnen twee jaar zelf opruimt. Wanneer dit niet lukt dan wordt het een chronische infectie en zal het virus zich steeds meer gaan innestelen in het DNA van de kern van cellen. Bijvoorbeeld in de baarmoederhals, waar de cellen in het slijmvlies beginnen af te wijken van normale cellen en langzaam kunnen gaan veranderen in kankercellen.

Hoe krijg je HPV?

Het virus kan zonder zichtbare klachten aanwezig zijn in de vagina, penis of anus. Dit leidt tot onbewuste besmettingen. In tegenstelling tot andere Soa’s, zoals chlamydia, wordt het HPV-virus minder goed voorkomen door alleen condooms. Het virus kan namelijk op de huid rondom het condoom zitten. Soms zelfs op de billen of de onderbuik. Toch is het raadzaam om altijd een condoom te gebruiken om zo de kans te verkleinen.

Wist je dat?

HPV is een virus dat heel veel voorkomt. Zo’n 80 tot 90% van de mensen wordt minstens één keer in hun leven besmet met HPV. Het virus is seksueel overdraagbaar, en daarmee dus feitelijk een Soa. Maar HPV wordt toch vaak los van Soa’s gezien.

HPV wordt overgedragen wanneer de huid van de penis, vagina of anus van een besmet persoon dezelfde plekken raakt bij iemand anders. Ook is een besmetting mogelijk via het slijmvlies van de penis, vagina, anus, baarmoeder of keel. Besmetting vindt vooral plaats tijdens de seks (oraal, anaal, vaginaal, vingeren, aftrekken). Een HPV besmetting kan ook ontstaan ook door elkaar aan te raken, het direct uitwisselen van een vibrator of dildo, of soms zelfs het gebruiken van dezelfde handdoek. Mensen met HPV hebben meer kans op andere Soa’s. Een regelmatige Soa-test is daarom sterk aan te raden. Ook ter bescherming van eventuele bedpartners.

HPV herkennen

Het lichaam ruimt HPV meestal binnen twee jaar zelf op. De meeste mensen hebben tijdens hun besmetting geen klachten. Ze zijn stille dragers van het virus. Als er wel klachten zijn dan gaat het meestal om genitale wratten bij de penis, vagina of anus. Die geven soms jeuk en irritatie. Soms krijgen vrouwen last van vaginale afscheiding of onverwacht bloedverlies na het vrijen buiten de menstruatie periode om, of meer dan een jaar na de laatste menstruatie (overgang). Omdat het om vrij algemene klachten gaat, kan het ook wijzen op een andere aandoening, zoals bijvoorbeeld Chlamydia.

Wat zijn de risico’s?

Er is meer kans om HPV op te lopen door met verschillende bedpartners onveilige seks te hebben. Onveilige seks met een bedpartner, die HPV heeft, geeft een risico van ongeveer 50 procent op een besmetting. Door een condoom neemt de kans op besmetting af met 70 procent. Omdat HPV zelden tot klachten leidt, besmetten bedpartners elkaar zonder dat ze dit zelf weten.

HPV wordt verdeeld in zogenaamde hoog- en laagrisicotypen. HPV-type 6 en 11 gelden als laagrisico en veroorzaken soms genitale wratten bij de penis, anus en vagina. Die ontstaan meestal binnen 1 tot 8 maanden nadat iemand het virus heeft opgelopen. Genitale wratten zijn onschuldige huidafwijkingen die vaak vanzelf verdwijnen. Helaas duurt dit soms jaren. De hoogrisicotypen zijn HPV-type 16, 18, 31, 33, 35, 39, 45, 51, 52 56, 58, 59, 66 en 68. Die kunnen op de lange termijn kanker veroorzaken. In zeven op de tien (positieve) gevallen gaat het om de typen 16 en 18. Dit is wel vrij zeldzaam, omdat het lichaam in staat is om zelf het virus op te ruimen.

De meest voorkomende vorm van kanker door HPV is baarmoederhalskanker bij vrouwen. Het virus valt de cellen in de baarmoederhals aan, waardoor de celstructuur verandert. Gelukkig weet het lichaam deze afwijkende cellen dus vaak zelf op te ruimen. Wanneer dit niet gebeurt, dan kunnen kankercellen ontstaan. Meestal ontstaat baarmoederhalskanker zo’n 10 tot 15 jaar nadat een vrouw is besmet met HPV. Een combinatie van HPV en Chlamydia of HPV  en Herpes vergroot de kans op baarmoederhalskanker.

Daarnaast kan HPV leiden tot kanker in de mond- en keelholte of bij de penis, anus vagina of schaamlippen. De bekende Hollywood acteur Michael Douglas kreeg ooit mondkanker, vanwege een HPV-infectie. In Nederland hebben homomannen meer kans op AIN, wat het voorstadium van anuskanker is. Het gaat met name om de groep die hiv-positief is. Uit Nederlands onderzoek blijkt zelfs dat AIN kan terugkeren na een succesvolle genezing. Zelfs als iemand in de tussentijd is gevaccineerd. Een HPV-prik lijkt vooral effectief bij mensen die niet eerder zijn besmet met het HPV-virus.

Aantallen

Ongeveer 80 procent van de Nederlanders heeft ooit een HPV-infectie opgelopen. Jaarlijks krijgen zo’n 1.500 Nederlanders kanker door HPV. Ongeveer een kwart van deze kankerpatiënten is man en driekwart is vrouw. Minder dan 1 op de 100 vrouwen met HPV krijgt baarmoederhalskanker. Ongeveer 92 procent van de vrouwen, die zich laat testen, heeft geen HPV. Zo’n 8 procent heeft wel HPV, maar dit betekent dus nog niet dat er afwijkende cellen in het lichaam zijn, of dat er sprake is van een voorstadium van kanker. Alleen dat je drager bent van het virus.

Kans op besmetting

HPV is zoals aangegeven zeer besmettelijk. Het merendeel van de bevolking raakt ooit besmet. Zo heeft een vijfde van de vrouwen rond de dertig jaar HPV. De besmetting hoeft niet recent te zijn geweest. Dit kan jaren geleden zijn gebeurd. De kans op een besmetting neemt met 70 procent af door het gebruik van een condoom tijdens de seks.

De meeste mensen zijn zich er niet van bewust dat ze het virus meedragen. Slechts 1 procent van de mensen met HPV krijgt last van genitale wratten. De rest kan dus als stille drager het virus overdragen. Nu steeds meer kinderen worden ingeënt tegen HPV, neemt de kans op verspreiding verder af. Een vaccinatie beschermt in 80 tot 95 procent van de gevallen langdurig tegen de HPV-typen 16 en 18.

Voorkomen van HPV

Condooms voorkomen een HPV besmetting niet, maar verlagen dus wel het risico. Een andere manier om het risico op besmetting drastisch te verlagen is door het vaccineren van kinderen (meisjes en jongens). Het primaire doel van een HPV-vaccinatie is het voorkomen van kanker. De HPV-prik die het Rijksvaccinatieprogramma aanbiedt aan kinderen (Cervarix) beschermt tegen de HPV-typen 16 en 18. Door deze prik neemt de kans op bepaalde vormen van kanker af en wordt het virus minder snel verspreid. De HPV-prik beschermt niet tegen genitale wratten. Daarvoor is het vaccin Gardasil nodig.

Een vaccinatie helpt vooral wanneer iemand nog geen HPV-infectie heeft gehad. Daarom worden kinderen vanaf 10 jaar sinds 2022 gevaccineerd tegen HPV. Daarnaast kunnen kinderen van 12 tot 18 jaar zich in 2022 en 2013 alsnog laten vaccineren via het Rijksvaccinatieprogramma. Binnenkort start het Rijksvaccinatieprogramma met een nieuwe campagne om ook jongvolwassenen tussen de 18 en 26 jaar gratis te laten vaccineren.

Het HPV-vaccin bevat onschadelijk gemaakte deeltjes van het HPV virus. Het leidt niet tot een infectie, maar het lichaam kan op basis van deze deeltjes antistoffen aanmaken tegen de HPV-typen 16 en 18. Gezonde cellen worden zo niet beschadigd. Kanker, veroorzaakt door HPV, wordt niet voor honderd procent voorkomen door het vaccin. Er zijn immers ook andere HPV-typen die mogelijk kanker veroorzaken.

Als vrouwen dertig worden krijgen ze een uitnodiging voor het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. Ze maken zelf een afspraak voor een uitstrijkje bij de huisarts. Vervolgens krijgen ze een nieuwe uitnodiging bij 35 en 40 jaar. Vrouwen vanaf 40 jaar, die geen HPV hebben, krijgen om de 10 jaar een uitnodiging. Vrouwen die liever niet bij de huisarts een uitstrijkje willen maken, kunnen thuis een zelftest uitvoeren. Ze nemen een uitstrijkje van wat slijmvlies uit de vagina. Een laboratorium test dit slijmvlies op HPV. Afwijkende cellen in de baarmoederhals kunnen niet met een zelftest ( zonder laboratoriumanalyse) worden vastgesteld. De Gezondheidsraad heeft geadviseerd om in de toekomst de voorkeur te geven aan de zelfafnameset.

Zelf testen op HPV?

Mannen kunnen zich niet laten testen via de overheid op HPV als er geen klachten zijn. Wanneer er genitale wratten ontstaan is het aan te raden om een huisarts te bezoeken. Vrouwen nemen zelf celmateriaal af van het slijmvlies uit de vagina. In het laboratorium wordt onderzocht of dit slijmvlies het humaan papillomavirus (HPV) bevat. Wanneer dit het geval is dan wordt aanvullend onderzoek gedaan naar de ongewone cellen in het slijmvlies door het afnemen van baarmoederhalsuitstrijkje voor celonderzoek bij de huisarts of gynaecoloog. Deze cellen veranderen meestal weer in normale cellen, maar ze kunnen op de lange termijn ook veranderen in baarmoederhalskanker.

Hoe vaak testen op HPV?

Op basis van epidemiologisch onderzoek is bepaald dat in de doorsnee populatie van Nederland een HPV test vanaf 30 jaar om de vijf jaar voldoet. Persoonlijke situaties van het individu kunnen een reden zijn om hier anders mee om te gaan. Hierbij valt te denken aan het ontwikkelen van genitale wratten, seksuele contacten met wisselende partners en/of op jonge leeftijd. Daarnaast kan de stap naar een vaste relatie een reden zijn om zekerheid te krijgen.

Hoe werkt onze test?

De HPV test analyseert op zeer gevoelige wijze of in de kernen van de slijmvliescellen HPV materiaal aanwezig is. Er wordt bij deze test naar 14 verschillende HPV typen onderzoek gedaan. De test is internationaal formeel goedgekeurd (CE IVDR)  voor de toepassing als zelfafname methode. De HPV test en de afnameswab, een soort wattendrager, voldoet aan alle kwaliteitseisen en zal met ingang van medio 2023 ook als techniek gebruikt worden bij het bevolkingsonderzoek van de overheid naar baarmoederhalskanker in Nederland. Testalize.me werkt samen met de organisatie LabPON in Hengelo, gespecialiseerd in pathologie en moleculair onderzoek, werkend volgens de in Nederland geldende kwaliteitsstandaard (NEN ISO 15189).

Waar testen?

HPV kan kanker of genitale wratten veroorzaken. Genitale wratten worden door de huisarts vastgesteld. Daar is geen test voor nodig. De arts controleert de huid op afwijkingen. De voorstadia van kanker worden bij vrouwen met een uitstrijkje getest. Het testen op HPV kan bij de huisarts, maar ook met een zelfafnameset. In dat geval nemen vrouwen zelf lichaamsmateriaal af vanuit huis. Het laboratorium analyseert het lichaamsmateriaal en stelt een eventuele HPV-infectie vast. Zodra een vrouw positief test op HPV is een nieuw uitstrijkje nodig om de cellen door een microscoop te beoordelen op celveranderingen (het klassieke PAP uitstrijkje). Dit uitstrijkje voor celonderzoek wordt bij de huisarts uitgevoerd. Het pathologie laboratorium test dit nieuwe uitstrijkje op afwijkende cellen. Die wijzen eventueel op een voorstadium van kanker. In dat geval kan aanvullend onderzoek worden verricht bij de gynaecoloog.

Een HPV-besmetting bij mannen leidt minder vaak tot kanker dan bij vrouwen. Toch zijn er hoogrisicogroepen, zoals homomannen, die zich kunnen laten testen op veranderingen in het weefsel rondom de anus (AIN). Deze afwijkingen wijzen mogelijk op een voorstadium van anuskanker. AIN screening gebeurt door middel van een camera. Daarmee bekijkt de arts de slijmvliezen rond de anus. Daarnaast wordt een stukje weefsel afgenomen om eventuele celafwijkingen vast te stellen.

Wat te doen bij welke uitslag?

In de meeste gevallen (ca. 90%) zal er geen HPV virus gevonden worden. De test is negatief. Bij deze uitslag is het onwaarschijnlijk dat je op dat moment een (voorstadium) van baarmoederhalskanker hebt. Herhaling van het onderzoek na 5 jaar is dan raadzaam. Indien je klachten hebt of krijgt raadpleeg dan de huisarts. In ca. 10% van de gevallen worden er 1 of meerdere HPV typen gevonden. Dat wil nog niet zeggen dat er sprake is van een afwijking, maar vervolgonderzoek is wel noodzakelijk. Te starten met onderzoek naar afwijkende celveranderingen (PAP uitstrijkje). In zeldzame gevallen laat de test geen duidelijke uitkomst zien. Dit wordt meestal veroorzaakt door onvoldoende celmateriaal. In dat geval is een herhaling van de test noodzakelijk.

Behandeling

Meestal geneest het lichaam zelf van HPV. Er zijn verschillende factoren die de kans op genezing verminderen, zoals een infectie met chlamydia of herpes, een verminderde afweer, bepaald medicijngebruik, veel wisselende seksuele contacten, roken en een infectie van meerdere HPV-typen tegelijk.

Er is geen medicijn tegen HPV. Wel zijn er geneesmiddelen die helpen bij aandoeningen die worden veroorzaakt door HPV, zoals genitale wratten. Dit zijn onschuldige huidafwijkingen die soms last geven of als lelijk worden ervaren. Ze verdwijnen meestal binnen twee jaar. De huisarts schrijft een crème of vloeistof voor, zoals podofyllotoxine, imiquimod of sinecatechine. De huisarts kan ook de wratten weghalen door middel van vloeibare stikstof, trichloorazijn of een elektrisch lusje of naaldje. Het virus is niet weg wanneer de genitale wratten zijn verdwenen. Besmetting is nog steeds mogelijk. Ook kunnen genitale wratten na een tijdje weer terugkomen.

Vrouwen die HPV hebben met afwijkende cellen worden doorverwezen naar de gynaecoloog. Er hoeft nog geen sprake te zijn van baarmoederhalskanker. De gynaecoloog doet onderzoek (colposcopie) naar de ernst van de afwijkende cellen in de baarmoedermond. Soms is afwachten voldoende. Mogelijke behandelingen zijn lisexcisie, conisatie of bijvoorbeeld een laserbehandeling van de baarmoedermond of schede.

Trends

Een HPV-besmetting kan leiden tot genitale wratten. Dit gebeurt slechts in 1 procent van de gevallen. Het komt iets vaker voor bij mannen dan bij vrouwen (58 procent). Naast het fysieke ongemak hebben mensen met genitale wratten ook een psychische belasting. Ze schamen zich voor hun aandoening en voelen zich belemmerd om seks te hebben. Op dit moment krijgen kinderen geen vaccinatie tegen vormen van HPV die genitale wratten veroorzaken (type 6 en 11). Het primaire doel van de huidige vaccinatiecampagne is het voorkomen van kanker. Er bestaan vaccins die het risico verlagen op zowel kanker als genitale wratten. Deze vaccins worden mogelijk in de toekomst ingezet.

Vanaf 2022 worden niet alleen meisjes, maar ook jongens gevaccineerd tegen HPV-type 16 en 18. Er is ook enige bescherming tegen HPV-typen 31, 35, 45 en 52. De vaccinatieleeftijd is omlaag gebracht naar 10 jaar. Kinderen tot 18 jaar, die nog geen HPV-prik kregen, kunnen die in 2022 en 2023 laten zetten via het Rijksvaccinatieprogramma.

De meest voorkomende vorm van kanker door HPV is dus baarmoederhalskanker bij vrouwen. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is baarmoederhalskanker te elimineren als meer dan 90 procent van de meisjes zich laat vaccineren tegen HPV en 70 procent van de vrouwen zich laat screenen. Op dit moment worden Nederlandse meisjes en vrouwen onvoldoende gevaccineerd of gescreend.

Veelgestelde vragen

Via email en WhatsApp krijgen we veel vragen over HPV. Dit zijn de meest gestelde vragen:

HPV & zwangerschap

HPV hindert een zwangerschap niet. Het virus reikt niet verder dan de baarmoedermond en komt niet in aanraking met de baarmoeder, eileiders of eierstokken. HPV kan worden overgedragen van moeder op kind, maar dit gebeurt zelden. Een HPV-vaccin is ook veilig te gebruiken. Deze prik veroorzaakt geen onvruchtbaarheid. HPV leidt soms tot baarmoederhalskanker. Afhankelijk van de ernst en de behandeling is er minder kans om zwanger te raken en neemt het risico op vroeggeboorte toe.

Ernstig?

Een besmetting met HPV wordt pas ernstig als het virus niet tijdig opgeruimd kan worden en wanneer het een voorstadium van kanker veroorzaakt. Dit komt voor bij de hoogrisicotypen van HPV. Het is daarom belangrijk om het risico op HPV te beperken. Dit gebeurt onder andere door het inenten van jonge kinderen. Daarnaast helpt het om jongvolwassenen regelmatig te screenen. Ook neemt de kans op HPV af door het gebruik van een condoom tijdens de seks en door minder wisselende seksuele contacten te hebben.

Laatst herzien op 07-06-2022